LIMOGES OLD 2019

Inkorving
03 Jul
Lossing
05 Jul 07:30
9655
Oude duiven
Winnaar:
SIOEN LUC & HILDE

Reportage

SIOEN LUC & HILDE - MOORSLEDE
1e NATIONAAL LIMOGES 9.689 oude duiven

Afstand: 611km
Snelheid: 1177,67 m/m

Limoges werd wegens de slechte weersvoorspellingen op zaterdag en zondag een dag eerder, namelijk op vrijdag, gelost. Achteraf bekeken een goede beslissing van de organisator en want nu hebben de Limoges duiven in ideale zonnige omstandigheden hun wedstrijd kunnen afwerken.
“Blue sky” gekruid met oostenwind …blijkbaar het ideale weer voor de Sioen duiven. Nadat ze veertien dagen geleden in dezelfde weersomstandigheden Argenton Nationaal op een hoopje vlogen met 2e, 3e en 4e Nationaal tegen 15.235 oude duiven (1e nationaal in beraad) was het nu wel bingo met de 1e Nationaal Limoges tegen 9.689 oude duiven. Het was opnieuw “Cameron” (B17-3070024), een superduivin die op Argenton de 2e Nationaal won (1e in beraad), die de palm mee naar huis nam en met een snelheid van 1177,67 m/m geen concurrentie duldde op haar 611km vlucht.
Hilde vertelt “Argenton was meer dan een droomuitslag maar we bleven met een wrang gevoel zitten. Gevolg… de gehele duivinnen ploeg, die in hun vel blonken, bleef op het hok zitten en we hadden afgesproken om ze ofwel op Montluçon ofwel op Limoges nog eens te spelen. De weersomstandigheden duwden onze keuze richting Limoges.
Het weekend na Argenton werden ze niet gespeeld maar werden ze op 60km opgelaten. Het was wel opvallend hoe groot de topconditie van “Cameron”. We zouden zelfs denken dat de nationale Argenton vlucht haar nog een extra conditie boost gegeven heeft want ze stond en staat zelfs na de aankomst van Limoges nog zo rond als een kogel.

Nationale winnares “Cameron”, genoemd naar profwielrenster en dochter van wijlen wielrenner Frank Vandenbroucke, liep als jaarse duivin niet in het “gareel” en durfde zelfs te paren met een andere duivin. Om die reden werd ze van het hok genomen en omdat ze een volle zus is van “Wilhelmina” (1e Nationaal Poitiers ’15) werd ze op een afzonderlijk hok gezet waar ze met een duiver aanpapte. “Cameron” werd toen op nest gespeeld en imponeerde met de 28e Nationaal Chateauroux tegen 13.098 jaarlingen. Dit overtuigde haar baasjes om ze als oude duivin terug in de vliegploeg te brengen en op weduwschap te spelen. “Cameron” had blijkbaar haar lesje geleerd en paarde nu niet met andere duivinnen.

Duiveneelt op de handen
Luc Sioen heeft zowat alle bladzijden uit het “Grote Boek der Duiven” gelezen, daar twijfelt niemand nog aan. In het verleden sterk verlekkerd op de zware fond, het zware werk en daarvoor alles opgebouwd, alle successen geoogst, en dan alles terug afgebroken. Er werden toentertijd dikke portemonnees tegen gegooid om het beste van het beste naar Moorslede te halen, de wereld van de topduiven was het jachtterrein van Luc… en met succes. Successen die ook bij anderen werden en worden behaald met de afstammelingen van de fondtoppers van Luc.
Het voordeel van de “fondcirkel” die hij rondmaakte is dat hij heel veel weet over duiven, het duivenwereldje door en door kent, een groot netwerk heeft, en dat je hem niet teveel blaasjes meer kunt wijsmaken. En wat doe je dan met al die kennis en ervaring, wat doe je dan met al je duiveneelt op je handen ?
Luc en Hilde besloten dan ook enkele jaren terug om zich terug eens in het gareel te hijsen met als focus de zware halve fond (tot 600 km). Luc had binnen zijn kennissenkring goed rondgezien en wist dat Jan en Rik Hermans, en in hun verlengde, Miel Van den Branden, in het bezit waren van topduiven op de afstanden die Luc en Hilde nu in hun gedachten hadden nl. de zware halve fond. Ze haalden in 2011 een groep jonge duiven van deze mannen hun toppers. Gebaseerd op een stille wenk van Jan nam Luc ook contact op met Willem de Bruyn uit Reeuwijk, de immer goedlachse tandendokter, maar ook vermaard duivenspecialist die wekelijks de pannen van de Nederlandse daken speelt. En ook daar werden Luc en Hilde op de beste manier bediend. Als vorm van succesgarantie kregen ze er dubbel zoveel duiven van Willem dan ze hadden besteld. Hij wou persé dat ze met zijn duiven zouden lukken.
Deze duiven van de voormelde hokken werden in het najaar 2011 gekoppeld en ook hier werd de keuze aan de natuur gelaten. De duiven mochten vrij paren met uitzondering van het vermijden van broer en zus (daarvoor werden ze op 2 hokken gekoppeld). Het bewijs dat de duiven een zeer groot potentieel hadden bewezen de uitslagen die kort nadien met de nazaten reeds werden behaald. Men was in vertrouwen zeer goed bediend en de koppels pakten als boter op elkaar. Zo eenvoudig kan het lijken maar vooral ‘het goed bediend’ worden bij toppers is hier van het allerhoogste belang. Dit willen Hilde en Luc heel hard in de verf zetten. Het gaat niet om hoeveelheden, maar om de kwaliteit…..en uiteraard een portie georganiseerd geluk. Ook voor de leveranciers was het verheugend te horen dat dit opzet een succes was en hierdoor verhuisden er kort nadien nog een aantal duiven van Willem naar Moorslede. Luc spreekt met veel waardering over de wijze waarop hij een topduiver als “Blue Ray” zelf van het hok mocht kiezen bij Willem en als kweekduif gebruiken. Dergelijk aanpak smeedt vriendenbanden.

Een ontspannende hobby op professionele wijze
Het is nu al een aantal seizoenen dat er echte topresultaten worden behaald op de hokken in Moorslede. En toch blijft het voor Luc en Hilde een echte hobby. Nu hoor ik enkelen onder lezers grinniken…en toch klopt dit. Luc en Hilde focussen zich maar op 1 discipline en spelen maar 1 (belangrijke) wedstrijd per weekend. Geen gezeul voor 5 of 6 wedstrijden per weekend, geen deelname aan diverse wedstrijden in functie van één of ander klassement op kampioenschap enz. Neen, het spel met de duivinnen op de zware halve fond primeert en dat zijn hun meest belangrijke wedstrijden. Hun inzet en energie is dan ook in die zin gespendeerd en netjes ingepast in hun familiaal leven. Door de keuze om zich in de niche van de zware halve fond tot dagfond te nestelen hoeven ze zich maar op deze disciplines te focussen en halen ze topresultaten en klasseringen. Luc is ook niet beschaamd om toe te lichten dat ze echt naar de windrichting kijken om te scoren. Daar hun focus op de zware halve fond ligt speelt de windrichting bij nationale vluchten een uitermate grote rol. Wanneer de wind echt teveel in het nadeel zit dan worden de duiven op een kleine halve fond vlucht ingekorfd, beter dan ze te laten verdrinken in de massa op nationaal vlak met tegenwind. Zo geven de provinciale en zonale uitslagen meer duiding over de kwaliteit van de duiven dan de nationale resultaten. Wanneer de wind goed zit dan is het ook niet te verwonderen dat ze nationaal top halen (met nationale zeges als kroonstuk).
Hilde verzorgt de vliegduivinnen (een 35 à 40-tal) en een eerste ronde jonge duiven (een 45-tal) en ook enkele van de kweekduiven. Luc verzorgt de weduwnaars en de tweede ronde jonge duiven (een 50-tal) en ook nog wat kweekduiven. Luc moeit zich geenszins met de verzorging van de duivinnen, meer zelfs, hij komt nooit op dit hok !
De hokken die indertijd werden gebouwd voor de grote fond worden nog gebruikt voor de weduwnaars en de kweekduiven, de vliegduivinnen daarentegen huizen op een tuinhok, een relatief gesloten doos met Boomse pannen. De jonge duiven huizen eveneens op een tuinhok dat een kopie is van de hokken bij Kees Bosua en bij Rik Hermans.
De jonge duiven worden degelijk opgeleerd tot maximaal 300 km. Ze vliegen genoeg vluchtjes om ‘het systeem’ te leren kennen, maar worden geenszins hard gespeeld of hard op de rooster gelegd.

De superduivinnen en hun verzorging, dicht bij de natuur
We kunnen er simpel weg niet omheen… hier huist een kolonie (weliswaar beperkt in aantal) superduivinnen die nu reeds jaren na elkaar bewijzen dat ze van de hoogste kwaliteit zijn.
Vooreerst weerleggen ze hier het veelgehoorde cliché dat duivinnen maar een tweetal seizoenen top kunnen of willen presteren. Dit is bij hen niet het geval en diverse duivinnen scoren meerdere seizoenen topresultaten.
De vliegduivinnen kweken 2 jongen voor het seizoen (koppeling medio maart, oude duivinnen kweken 1 jong groot, jaarlingen 2 jongen). Wanneer de jongen in de pluimpjes komen wordt 1 jong samen met de duiver van het hok verwijderd en blijven de duivinnen met 1 jong achter. Op deze positie worden ze ook opgeleerd en haspelen ze hun eerste vluchten af. Nadien komen ze op weduwschap en dan dient (na het spenen van hun jong) terug iets de elan gezocht, maar eens ze in de zwier zijn dan zijn ze top.
De duivinnen hokken tijdens de week op schapjes in het hok. Ze vliegen tweemaal per dag en in het begin van de week is dit 20 minuten tot een half uur en de trainingstijd stijgt naargelang het inkorfmoment nadert en het voederen iets wordt verzwaard.
Paarlustige duivinnen (wat minder en minder voorkomt omdat er tevens op wordt geselecteerd) worden van het hok verwijderd om de rust te laten terugkeren. De duivinnen worden door Hilde niet vertroeteld omdat ze niet wil dat ze paarneigingen tegenover haar zouden beginnen vertonen.
Voor het voederen hanteert Hilde het systeem dat ze aangeleerd kreeg van Sébastien Casaert waarbij ze de Beyers Elite Enzymix mengelingen toedient volgens het schema dat iedereen kan terugvinden op de website van Beyers (Recup – Opbouw – Energie). Bij thuiskomst krijgen de duivinnen eivoer bijgevoederd en eens de halvefondvluchten op het programma staan worden een aantal Brockamp-producten bijgevoegd (Oregano, Probac…).
Hilde is een fervent aanhanger van het gebruik van Sliepzand (Dofo). Ze is adept omdat dit tot nog toe steeds tot sterke resultaten heeft geleid, maar ze weet niet of dit altijd zou nodig zijn. Maar een succesformule wil ze niet zomaar wijzigen. Het is ook opvallend dat bepaalde duiven de ene week wel en de andere week niet veel of weinig slijmen door het Sliepzand verwijderen. Er is niet echt een vaste lijn in te krijgen, maar de resultaten zijn goed en dus wordt dit wekelijks gebruikt. Het is een intensieve bezigheid om alle duivinnen Sliepzand toe te dienen en nadien met een wattenstaafje de slijmen te verwijderen.
Medisch is het 6 seizoenen geleden dat er nog onderzoeken zijn uitgevoerd door een veearts. Tegen tricho worden steevast de gele druppels gebruikt en er worden eveneens oogdruppels toegediend. Voor het overige is dixit Luc en Hilde het hok, de observatie en het inspelen op het weer de beste veearts. Naargelang de weersomstandigheden wordt er ‘gespeeld’ met de verluchtingsschuiven boven de duiven. Bij kil weer wordt het hok gesloten en gezellig dicht gemaakt, bij warm weer en minder wind worden de schuiven meer opengezet. Deze vorm van opvolging leidt ertoe dat er de laatste jaren niks is toegediend tegen eventuele kopkwalen. Ook is de selectie bikkelhard. Jonge duiven die moeilijk gezond te houden zijn gaan er onverbiddelijk uit. Dit een aantal jaren toepassen garandeert je een stam duiven die tegen een stootje kan. Het is aan te verzorger om te zien of de duiven zich goed voelen op het hok of dat er eventueel dient bijgestuurd te worden, en dit kan Hilde als de beste.
De weduwduivinnen mogen vrij paren, omdat Luc en Hilde ervan overtuigd zijn dat een vrije paring leidt tot meer gemotiveerde duiven (en ook hun succeskweek obv de vrije paring was voor hen het bewijs dat ook dit een succesformule kan zijn).
Voor het inkorven worden (thuisblijvende) duivers een uur getoond en bij thuiskomst blijven ze samen tot ’s avonds. Bij het inkorven voor een zware halve fond vlucht krijgen de duiven om 17 u hun laatste voederbeurt.

"CAMERON" B17-3070024
1e NATIONAAL LIMOGES 9.689 oude duiven

Stefan Mertens

Deel deze reportage:

Aantal duiven

july-2019/aantal limoges.pdf

Resultaten

video