Kristof Mortelmans uit Ranst: 1ste Nationale Asduif K.B.D.B Grote Fond 2016 oude duiven

Een toekomstige topper, de rijzende ster, de comingman van de Belgische duivensport, een uitzonderlijk talent…..dit zijn allemaal superlatieven hoe collega reporters dit Antwerps fenomeen in hun artikels omschreven. Maar wie denkt dat deze artikels tien jaar geleden geschreven zijn heeft het mis. We moeten maar een drietal jaar terug in de tijd gaan. In 2012 startte Kristof Mortelmans, na zijn drukke studieperiode voor dierenarts, opnieuw met volle overtuiging in de duivensport. Het jaar nadien was het meteen bingo met de 1ste provinciaal op een loodzware Libourne. Het was Kristof zijn crack “Jelle” die daar in Ranst voor de eerste hoogtepunten zorgde. Na diens provinciale zege vanuit Libourne bleef deze vedette de topprestaties aan elkaar rijgen. Op een paar jaren tijd wist iedere Belgische fondspeler ineens de gemeente Ranst goed te situeren op de landkaart. Het was alsof de “duivenroute” zich verlegd had naar deze Antwerpse gemeente. Wat de Mortelmans-duiven deze laatste drie seizoenen presteerden is buitengewoon, ik durf het zelfs ongeëvenaard te noemen. Op vier jaar tijd klasseerde deze kolonie zich vijfmaal binnen de top tien van een nationaal kampioenschap. Vorig jaar nog greep Kristof in de categorie “Grote Fond jaarse duiven” net naast de hoogste bekroning. Maar in 2016 realiseerde een rode doffer genaamd “Barcarcas Red Ace” iets waarvan Kristof enkel nog van droomde. Deze rosse krachtpatser bracht de nationale asduif-titel “Grote fond” oude duiven naar Ranst. Het is duidelijk, bij Kristof Mortelmans zijn dromen geen bedrog, hij maakt ze waar!

De verluchting langs de golfplaten

 

Een gouden tip

Natuurlijk moet je als “beginneling” een beetje geluk hebben bij de start. Je mag nog zo uw best doen, als de duiven het niet kunnen gaat het niet lukken, ook als dierenarts niet. Het “geluk” kwam voor Kristof vanuit Broechem. Het was Paul Vets die Kristof de gouden tip gaf. Paul wist dat Kristof op zoek was naar goede fondduiven en hij verwees hem naar Jean-Pierre Raemdonck-Ruys uit Hamme. Deze liefhebber is er eentje die inkorft met de kleine mand maar er wel grootste daden uithaalt. Zo was Jean Pierre winnaar van de Zilveren Vleugel (2010) in de gerenommeerde Brugse Barcelona-club. Kristof was niet enkel onder de indruk van deze Oost-Vlaamse fondspeler zijn resultaten maar ook over de klasse die daar in Hamme op de hokken zat. Het toeval wil, of geluk, dat er een dertigtal jonge duiven zaten die normaal verkocht waren maar niet werden afgehaald. Kristof kocht ze allemaal en plaatste ze allemaal op het vlieghok om ze uit te testen. Enkele jaren later zal blijken dat dit cruciaal was in de opbouw van zijn kampioenenkolonie. Dat het hok Raemdock-Ruys opgebouwd is met oersterke fondduiven is vanzelfsprekend. Het merendeel zijn afstammelingen uit de beste duiven van West-Vlaams fondicoon Roger Vereecke, dit via Jean Pierre zijn goede vriend en zelf een fondtopper Gilbert Van Hassel uit Zele. Verder vind je daar nog het Nederlands fondbloed Herman Brinkman (via Guido Van Vlierberghe) en Jantje Theelen. Al deze namen zie je meermaals terug in stambomen van Kristof’s eerste topduiven. Maar ook de inbreng die nadien volgde mag men zeker niet vergeten. Kristof kruiste zijn Raemdonck-Ruys duiven met bloedlijnen afkomstig van enkele Hollands kleppers, Nico Volkers, Wiel Cramers en Verweij-Castricum. Ook met duiven van de man die hem indertijd de gouden tip gaf, Paul Vets, is Kristof meer dan goed gelukt. Het kweekhok bestaat nu uit 25-koppels maar deze worden in de zomer en volgend jaar “versterkt” met verschillende kinderen en broers of zussen van de nationale asduif “Barcarcas Red Ace”.

Een stevige ploeg weduwnaars voor 2017

Vorig jaar startte Kristof met 48 weduwnaars maar voor het komende seizoen heeft hij zijn vliegploeg merkelijk uitgebreid. Nu zitten er 67 doffers klaar waarvan er 22 meer dan twee jaar zijn en 45 jaarling. De weduwnaars mogen na het fondseizoen, begin augustus, tweemaal “vuil” broeden. Natuurlijk worden de eitjes van de supers behouden (ze worden verlegd) en de jongen opgekweekt. Na de tweede broedperiode verdwijnen de duivinnen naar de volières. Opmerkelijk is wel dat de doffers vanaf augustus tot begin maart niet meer los komen. Dit jaar koppelde hij ze, traditioneel, begin januari. Dan mogen ze elk één jong groot brengen. Van de zeven betere oude weduwnaars wordt het eerste koppel eitjes snel verlegd bij de jaarlingen. Als de overige weduwnaars hun jongen bekwaam zijn, liggen die zeven betere ondertussen met graanjongen. Wel neemt Kristof op dat moment alle jongen van het weduwnaarshok. Die graanjongen worden onderlegd bij andere koppels, deze brengen dan zonder problemen drie jongen groot. Ook de duivinnen worden op tijd weggenomen zodat de doffers geen tweede keer kunnen broeden. Een voorjaarskoppeling volgt er niet meer. Wat hij wel doet, wanneer de weduwnaars thuiskomen van de eerste snelheidsvlucht vanuit Quiévrain mogen de duivinnen eens nacht op het hok blijven. Zo wakker je de verliefdheid opnieuw op volgens Kristof. De weduwnaarsploeg traint in het begin van het seizoen eenmaal per dag. Omdat ze meer dan een half jaar niet gevlogen hebben gebeurt deze training zeer stelselmatig. Zachtjes aan drijft Kristof de trainingsduur op tot maximaal een uur en half. Ze mogen wel eens op het hok vallen maar echt lang duurt dat niet. Twee weken voor de eerste nationale vlucht staan er dagelijks twee trainingsbeurten op het programma.

Bijlichten, verduisteren en motiveren

Toch een heel opmerkelijk hoofdstuk voor een fondspeler. Persoonlijk vond ik de uitleg en het systeem van het bijlichten zeer interessant. Het begint een drietal weken voor de winterkoppeling. Dan worden de kweekdoffers en de duivinnen (zowel van kwekers als weduwnaars) enkele uren bijgelicht. Vanaf dat ze gekoppeld zijn (8 januari)  krijgen ook de weduwnaars extra licht. Dit blijft zo tot ze met hun eerste ei liggen, dan volgen ze gewoon de natuur. Eenmaal de duiven met jongen in het nest liggen steekt Kristof ‘s avonds nogmaals het licht aan. Dit voor een uurtje, tussen 21u en 22u. Zo kan hij nog een derde maal voederen en gaan de nestjongen met een volle krop de nacht in.

Vanaf midden maart tot midden mei verduistert Kristof zijn weduwnaars tussen 16u tot 7u, daarna geeft hij ze extra licht. Dit heeft een gunstige invloed op het aantal pennen dat de doffers laten vallen tegen Perpignan, liefst niet meer dan drie.

Ook in tegenstelling met de meeste fondliefhebbers krijgen de weduwnaars ten huize Mortelmans wel hun duivin voor het inkorven. Belangrijk is wel dat ze er lang genoeg bijblijven. Doordat Kristof het koppel een tijdje laat stoeien worden ze nadien vanzelf terug rustig. Pas dan neemt hij de doffer weg om hem in de mand te steken. Voor een internationale vlucht komen de duivinnen zelfs van ’s morgens op het hok en krijgen ze wat stro of tabakstelen om wat te nestelen.

Voedingsmethode

Omdat het de laatste jaren zeer goed draaide wijzigde Kristof al een tijd niks meer aan zijn manier van voederen. Na het seizoen, wanneer ze dus tweemaal vuil broeden, krijgen de vliegduiven 75% ruimengeling aangevuld met zuivering. Als de duivinnen terug naar de volières verhuizen wordt dit nog “verlicht” naar 25% rui en 75% zuivering. Dit blijft zo tijdens het najaar, wintermaanden en het voorjaar. Ze worden gans die periode maar eenmaal per dag gevoederd. Zelfs na het koppelen, begin januari, geeft Kristof de weduwnaars (en hun partners) nog steeds eenmaal per dag deze lichte mengeling. Dit stopt enkele dagen voor het uitkippen, dan komen ze op 100% kweek. Bij deze kweekmengeling komt er ook nog een deel eiwitkorrel bij en een schep uit de emmer “Allerlei+grit”.

Systeem om verspilling van voeder te vermijden

 

Tijdens het vliegseizoen eten de weduwnaars eigenlijk steeds hetzelfde. Kristof mengt dan twee gelijke delen van “Super 4 Van Camp” en “Superstar Weduwschap Versele Laga” door elkaar. S’ morgens geeft hij ze een ruime soeplepel van deze mengeling. Het overschot dat ’s avonds nog in hun potje ligt (ze eten tijdens het seizoen elk apart) wordt weggekiept en vervangen door een verse portie. Ook al is de samenstelling van deze eigen gemengde sportmengeling redelijk zwaar, toch geeft Kristof ze nog iedere dag een beetje (10 gram)van zijn krachtvoer. Dit bestaat uit pinda’s, kempzaad, snoep, shia zaad, gepelde zonnepitten en Nutri Power. Dus een “hongergevoel” gaan de vliegduiven tijdens het seizoen nooit hebben.

 

Kuren op vaste tijdstippen en …..bleekwater

Toen ik in een vorige reportage schreef dat deze Antwerpse fondvedette bijna het ganse jaar door een scheutje bleekwater van 15% (1ml/1L) in het drinkwater deed werd dat door velen op ongeloof onthaald. Toch deden enkelen de proef op de som en werd het experiment na een tijdje positief beoordeeld. De besmettingsgraad was duidelijk lager, het bleekwater bleek een goede “ontsmetter” te zijn. Ook in de kippenindustrie, waar Kristof als dierenarts verantwoordelijk is voor de gezondheid van duizenden kippen, gebruiken ze deze “oude methode” al jaren.

Vanaf het einde van het vliegseizoen tot kort voor het nieuwe kijkt/ onderzoekt Kristof bewust niet naar eventuele trichomonas besmettingen. “Je vind altijd wel iets en dan zou ik de neiging krijgen om toch iets te geven, daarom weet ik het liever niet”; aldus Kristof. Maar voor de eerste leervluchten beginnen krijgen ze dan wel een vijfdaagse kuur met Ronidazole. Daarna wordt het “gevaar” trichomonas onder controle gehouden met de gele druppels. Na iedere wedstrijd krijgen ze een druppel van dit gele wonderproduct. De koppen en ademhalingswegen worden op punt gezet tussen Vierzon en Limoges. Dit met een tiendaagse Soludox-behandeling. Van coccidiose hebben de Mortelmans-duiven al jaren weinig last. Kristof is zelfs voorstander om aan een lichte coccidiose besmetting niks te doen. Zo onderzocht hij in zijn begin jaren als dierenarts regelmatig de duiven van zijn grootvader. Deze speelde iedere week kopprijzen en toch vond Kristof bijna iedere keer coccidiose eitjes.

Het hoofdstuk inentingen is er ééntje dat mijn gastheer zeer belangrijk vindt. Op 20 november worden alle duiven ingeënt. Samen met zijn vrouw Debora, die trouwens ook dierenarts is, krijgen de duiven een spuit tegen paramixo in combinatie met herpes. Dit herhaalt zich op 1 maart (enkel voor oude en jaarse duiven). De jonge garde wordt kort na het spenen een eerste keer ingeënt met paramixo/ herpes. Begin april krijgen ze een tweede spuit, nogmaals paramixo/ herpes. Opvallend, ook de klassieke enting tegen de pokken (met borsteltje) gebeurt op dezelfde dag. Tegen paratyfus wordt er normaal niet geënt, enkel bij eventuele problemen. Wel geeft Kristof ze in het najaar een preventieve kuur tegen deze gevreesde ziekte. ten huize Mortelmans vind je geen overvloed aan bijproducten. Zoals eerder gezegd is javel al jaren een vaste waarde maar ook Hepatoveto, Metiochol en Avidress zijn dit. Enkele tips die Kristof me wilde meegeven; als hij in het voorjaar de tiendaagse Soludox-kuur geeft is er ook Hepatoveto in het drinkwater. Dit product bevordert de stofwisseling en door zijn hoog Lysine-gehalte komt er die periode nog veel “oude” dons vrij. Wat natuurlijk de vorm ten goede komt. Ook een “kuurtje” van zo’n twee weken Avidress kan soms wonderen verrichten.

Nieuwe voliere in aanbouw

Binnenzicht kweekhok

 

“Barcarcas Red Ace”: 1ste Nationale Asduif Zware Fond K.B.D.B 2016

Deze schitterende rode doffer (BE13-6202996) schudde dit jaar tweemaal iets “speciaals” uit zijn vleugels. Op de loodzware Barcelona-editie van 2016 bewees hij een eerste keer zijn unieke klasse. In de provincie Antwerpen waren er maar vier snellere duiven, nationaal werd het plaats 22 tegen 7693 duiven. Kristof besliste in eerste instantie om zijn nieuwe “Barcelona”-ster dat jaar niet meer in te korven. Daarna veranderde hij van gedacht en stond Perpignan ineens op het programma. Maar eerst kwam er nog Narbonne (gelost in Carcasonne). Daar was normaal de andere topdoffer “Jamie” (1ste Prov. Agen 2015)voor klaargestoomd. Maar enkele dagen voor het inkorven voelde “Jamie” niet super aan en besliste Kristof om hem niet naar Zuid Frankrijk te sturen. Maar er zat er wel eentje te “roepen” om hem in te korven, namelijk die van Barcelona. Kristof hakte de knoop door en besliste om hem voor Narbonne/ Carcasonne te gebruiken. In het inkorflokaal verklaarden ze hem voor “gek” maar Kristof wist dat zijn rode doffer in topconditie zat. En of hij in supervorm zat! De internationale wedstrijd vanuit Narbonne/ Carcasonne werd nog straffer en moeilijker als die vanuit Barcelona. Maar daar trok de Mortelmans-doffer zich niks van aan. In ware kampioenenstijl stormde hij ’s morgens  naar het Antwerpse Ranst. Doordat ze maar om 10:40 u de vrijheid kregen moest het volledige peloton overnachten. Natuurlijk kwamen de eerste meldingen vanuit de voorvlucht maar ineens stond er daar eentje van de gemeente Ranst tussen. Om 7:52:31 u stond Kristof Mortelmans heel even zijn hartje stil. Met een gemiddelde snelheid van 1049,17 m/m werd hij nu wel de snelste in de provincie Antwerpen en nationaal moest hij enkel Fauche laten voorgaan. Ei zo na won “Barcarcas Red Ace”, want dat werd zijn nieuwe naam, de eerste nationaal. Maar enkele weken later kon de champagne toch knallen. Met een coëfficiënt van 0,3373% werd de rode Mortelmans-doffer de 1ste Nationale asduif zware fond K.B.D.B.

Ik kom nog even terug op “Jamie”, die was door Kristof niet in topvorm bevonden voor Narbonne. Een week later kon Kristof zijn doffer wel met voldoende conditie inkorven, al is “voldoende” misschien een slechte woordkeuze. Want “Jamie” zette een schitterende prestatie neer. Nationaal werd hij namelijk 45ste tegen 4191 Perpignan-vliegers.

De “Barcarcas Red Ace” zijn stamboom bestaat uit een Hollands (de vader) gedeelte en een Vlaamse (de moeder). De Nederlandse kant bestaat uit de beste bloedlijnen van fondlegende Wiel Cramers. De Vlaamse zijde is, bijna vanzelfsprekend, afkomstig van Jean-Pierre Raemdonck-Ruys uit Hamme. In de moeder (716/11) van de nationale asduif vinden we nog een snuifje Herman Brinkman en Jean Hausoul, dit via Guido Van Vlierberghe en Herman Audenaert.

Bouwen aan een duivinnenploeg

Vanaf komend seizoen start Kristof Mortelmans met een mini duivinnenploegje, zes stuks. Hij gaat deze in het begin op weduwschap meegeven om uiteindelijk hun examen, op een mooie neststand, vanuit Narbonne af te leggen. De bedoeling is om binnen enkele jaren een uitgebreide damesploeg klaar te stomen voor Barcelona en Perpignan. Ik denk dat de concurrentie nu al mag beginnen beven….

Een schitterend kader (2013-2016)

1ste  Prov. Libourne 757 jaarse

1ste  Prov. Agen 413 jaarse

1ste   Prov. Montauban 280 jaarse

1ste   Prov. Libourne 916 jaarse

1ste   Prov. Narbonne 456 oude

1ste Nat. Asduif KBDB Grote Fond Oude 2016

2de  Nat. Kampioen KBDB Grote Fond Oude 2015

6de  Nat. Kampioen KBDB Jaarlingen Fond 2013

8ste  Nat. Asduif KBDB Grote Fond Jaarlingen 2014

10de  Nat. Asduif KBDB Grote Fond Jaarlingen 2015

Enkele provinciale resultaten 2016-2015

  • Agen, 422 oude, 13,43,68   3/4
  • Agen, 411 jaarse, 8,15,45,55,86  5/6
  • Barcelona, 943 oude, 5  1/3
  • St-Vincent, 344 oude, 4   1/2
  • Marseille, 285 oude, 30,36   2/2
  • Jarnac, 397 oude, 22,72  2/2 
  • Jarnac, 381 jaarse, 25,48  2/4
  • Narbonne, 456 oude, 1,99  2/2
  • Perpignan, 504 oude, 5   1/2
  • Limoges I, 1313 oude, 35,84,98,103,108,109,…13/17
  • Cahors, 689 oude, 6,47,…5/8
  • Pau, 170 oude, 15  1 /2
  • Agen, 413 jaarlingen, 1ste ,58,63   3/6
  • Montauban, 280 jaarse, 1ste ,8,23   3/5
  • Montauban, 344 oude, 13,38,87  3/3
  • Jarnac, 296 oude, 23,37    2/3
  • Jarnac, 458 jaarlingen, 13,24,96  3/3
  • St.Vincent, 372 oude, 10,21,53   3/3
  • Marseille, 322 oude, 5,44  2/4
  • Narbonne, 472 oude, 2,19    2/3
  • Narbonne, 385 jaarlingen, 49,73,89   3/4
  • Brive, 842 jaarlingen, 13,133,276  3/5
  • Libourne, 916 jaarlingen, 1ste ,26,37,118,200   5/6
  • Perpignan, 608 oude, 2,56,118   3/6

 

Kristof, een dikke proficiat vanwege het voltallige HERBOTS-team! Je mag met trots een gans jaar deze welverdiende titel dragen. Maar u kennende is dit niet het einde maar de start van nog meer mooiere momenten!

 

Kris Steeman, Zele